KITLV Home

Tussen oriëntalisme en wetenschap

Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde in historisch verband, 1851-2001

Kuitenbrouwer, Maarten

Hoe kon het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), dat bij zijn oprichting als geleerd genootschap in 1851 minder dan honderd leden telde en slechts over één gedeeltelijk betaalde kracht beschikte, uitgroeien tot een modern, professioneel instituut, met 1800 leden en een staf van ruim vijftig medewerkers in 2001? Dit boek geeft het antwoord op die vraag. Het Instituut werd met steun uit de hoogste politieke en ambtelijke kringen opgericht om wetenschappelijke kennis te verzamelen over de Nederlandse koloniën in Oost en West, niet het minst om daarmee het beleid op het gebied van bestuur en economie handvatten te verschaffen. In dat opzicht vervulde het KITLV een belangrijke functie, met steun van het ministerie van Koloniën en het bedrijfsleven. De Japanse bezetting en de dekolonisatie van Indonesië leidden tot een moeizaam aanpassingsproces van het KITLV, dat uiteindelijk succesvol werd afgesloten. Met zijn unieke collecties, zijn publicaties, zijn onderzoek, zijn vertegenwoordiging in Indonesië en zijn bemoeienis met de Caraïben heeft het Instituut een wereldnaam. Het jubileumboek behandelt honderdvijftig jaar KITLV-geschiedenis, maar is tegelijk, in groter verband, een geschiedenis van de wetenschaps-beoefening over de (voormalige) koloniën. Zo zijn van dertig vooraanstaande KITLV-leden biogra-fische schetsen opgenomen, en wordt hun weten-schappelijk werk, en dat van het KITLV, getoetst aan kern-begrippen als oriëntalisme en imperialisme, univers-alisme en relativisme. Voor de latere bestaansperiode van het KITLV is er veel oog voor het institutionele kader en de huidige evenwaardige relaties met Indonesië en de Caraïben.

De auteur van het jubileumboek, Maarten Kuitenbrouwer (1947-2008), was als historicus verbonden aan het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam in 1985 cum laude op een proefschrift over het Nederlandse imperialisme rond 1900, Nederland en de opkomst van het moderne imperialisme. Verder publiceerde hij over het dekolonisatieproces, de 'ontdekking' van de Derde Wereld in Nederland, de Nederlandse ontwik-kelingssamenwerking en de rol van de mensen-rechten in het buitenlands beleid.

How was it possible for the Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) to grow from a learned society with fewer than a hundred members and only one partly salaried employee in 1851 into a modern professional institute with 1800 members and a staff of over fifty in 2001? This book provides the answer to this question.