Hoewel de brieven die de Javaanse vrouw Kartini (1879-1904) schreef in het Nederlands sinds 1911 zijn vertaald in acht talen en toegeëigend in Aziatische en Westerse contexten over de hele wereld, zijn ze buiten de Nederlandse literaire canon gebleven. Gezien als Javaans en schrijvend in het Nederlands is Kartini nauwelijks bestudeerd door letterkundigen van het Nederlands of Indonesisch. Een belangrijke uitzondering vormt het werk van Joost Coté. Dit project bestudeert de transculturele toe-eigening van Kartini’s brieven sinds 1911 in vergelijkend verband.

Dit project onderzoekt de invloed van de democratisering, die de afgelopen jaren in Indonesië heeft plaatsgevonden, op de alledaagse staat-burger interacties. In hoeverre gedragen Indonesiërs zich meer dan voorheen als burgers met rechten? Hoe kunnen wij zowel de veranderingen als de continuïteiten verklaren?

Dit project bestudeert en vergelijkt cliëntelistische politiek in verschillende regio’s van Indonesië door middel van een combinatie van etnografisch veldwerk met een expert survey.

Onder leiding van Henk Schulte Nordholt en (vanaf augustus 2014) Dr Jacqueline Vel coördineert dit project drie aparte onderzoekprojecten die gefinancierd worden door het Nederlands-Indonesisch SPIN programma: (1) Social and economic effects of partnering for sustainable change in agricultural commodity chains, dat gecoördineerd wordt door Prof. Pieter Glasbergen, Maastricht University en Prof. Bustanul Arifin, Agribusiness University of Lampung; (2) Local and regional dimensions in Indonesia’s social and economic development. A governance approach, dat gecoördineerd wordt door Prof. Henri de Groot, VU University Amsterdam en Prof. Ari Kuncoro, University of Indonesia; (3) From clients to citizens? Emerging citizenship in democratizing Indonesia, dat gecoördineerd wordt door Prof Gerry van Klinken, Prof. Henk Schulte Nordholt (KITLV) en Prof. Bambang Purwanto, Universitas Gadjah Mada, Yogyakarta.

Welke impact hebben de politieke hervormingen en intensieve migraties gehad op de historisch geaard identiteiten en politieke praktijken op de Nederlands-Caribische eilanden Bonaire, St. Eustatius, St. Maarten en Saba? Dit project tracht deze vraag te beantwoorden door meerdere disciplines te integreren en zo het bestuur en ide dentiteit in kleinschalige samenlevingen te analyseren, met een bijzondere focus op nonsoevereiniteit, migratie, en (duurzame) ontwikkeling.

‘Nederlands militair optreden in Indonesië, 1945-1950’ is een onderzoeksproject met als eerste doel de kennisbronnen over dit onderwerp in kaart te brengen en nieuwe bronnen aan te boren, en in de tweede fase deze in onderlinge samenhang te onderzoeken. Naast het Nederlandse militaire optreden, inclusief de ontsporingen daarvan, zullen ook bronnen worden onderzocht over de wijze waarop tijdens deze jaren en ook nadien met deze episode is omgegaan. Dit betreft in de eerste plaats de militaire leiding, politiek en bestuurlijk Den Haag, vervolgens ook de veteranenorganisaties en andere (organisaties van) betrokkenen, en tenslotte de media en wetenschap in Nederland. Tevens zullen bronnen over het optreden van de Indonesische tegenstanders worden verkend, alsmede over de aard van het conflict en de betekenis van de internationale militaire context – het einde van de Pacificoorlog, het Britse en Australische militaire optreden in de regio en de VN-bemoeienis.

In dit project worden de nieuwste computational technieken gebruikt om netwerken van de Indonesische politieke elite automatisch uit meer dan een miljoen gedigitaliseerde krantenartikelen te traceren en visualiseren. Het project is opgezet om veranderingen in de patronen van elite netwerken in periodes van regiemverandering in Indonesië te traceren, maar stelt ook de volgende vragen: Welke sociologische betekenis hebben de computational getraceerde netwerken en hoe zijn ze te vergelijken met traditionele analyses van machtswisselingen? Welke andere interessante sociologische vragen kunnen met dezelfde technieken worden beantwoord?

Het vijfde grootste eiland in de Indonesische archipel, Sulawesi, heeft een opmerkelijk archeologisch en historisch register, wat het een van ’s werelds beste natuurlijke laboratoria voor de bestudering van de ontwikkeling van complexe samenlevingen maakt. Politieke centralisatie en daarmee samenhangende sociale en culturele ontwikkelingen begonnen zo’n drie eeuwen voor de komst van de Europeanen. In Zuid-Sulawesi werden deze processen vastgelegd in de inheemse talen en stijlen vanaf ongeveer het begin van de zestiende eeuw. Op dat moment, ruim een eeuw voor de bekering tot de islam, werden orale tradities ook opgenomen met de inheemse scripts. Het vroegmoderne Zuid-Sulawesi biedt edus en uitzonderlijke venster op de historische wereld van de Austronesians.

Zending en missie hebben een belangrijke rol gespeeld in de expansie van Europese mogendheden overzee en in de ontwikkeling van het denkbeeld van een Groter Brittannië, een Groter Frankrijk en een Groter Nederland. Welke rol zending en missie hebben gespeeld tijdens de dekolonisatie is echter een vraag die minder aandacht heeft gekregen.Dit project wil door middel van een biografie over Isaak Samuel Kijne de verhouding onderzoeken waarin religie stond tot kolonialisme en dekolonisatie. Binnen dit kader wil deze biografie in het bijzonder de verhouding onderzoeken waarin de zending stond tot etniciteit, Papoea talen en culturen, onderwijs, bestuur van de zendingsvereniging, koloniaal bestuur, missie, dekolonisatie en nationalisme.

Binnen het project ‘Transformatie in religies zoals gereflecteerd in Javaanse teksten’, een gezamenlijke onderneming van de Tokyo University of Foreign Studies en het KITLV, worden teksten bestudeerd die licht kunnen werpen op de godsdienstige veranderingen tussen de negende en de negentiende eeuw op Java. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan een databank van Javaanse en Oudjavaanse teksten. Ook staan er een aantal internationale seminars op het programma.

Dit project onderzoekt waarom het leprabeleid in Suriname zo anders was dan het leprabeleid in Nederlands-Indië, zelfs al maakten beide landen deel uit van hetzelfde koloniale rijk. Wat waren precies de verschillen en wat zijn de belangrijkste oorzaken van deze verschillen? Het project zal resulteren in twee boeken, een over Suriname en een over Nederlands-Indië, en een vergelijkend artikel dat zich richt op de centrale onderzoeksvraag.

Het doel van dit project is om de gelijkenissen en verschillen in (post) koloniaal Guyana, Suriname en Frans Guiana te onderzoeken en te analyeren door het gebruik van een comparatieve matrix van koloniaal sociaal-cultureel beleid en postkoloniale erfenissen. Het feit dat deze drie buurlanden een vergelijkbare geschiedenis hebben als exploitatiekolonies met drie verschillende Europese kolonisatoren biedt een uitgelezen kans om overeenkomsten en verschillen te bestuderen.

Dit project is de eerste systematische studie van de Javaanse diaspora als een globaal verschijnsel. Het doel is om de oorsprong van deze diaspora te traceren en ontwikkelingen te analyseren in verschillende periodes en geografische locaties. De focus ligt op Javaanse gemeenschappen in Azië, Afrika, het Midden Oosten, Europa, de Amerika’s en Oceanië en hoe deze groepen de vaak gedwongen en traumatische verspreiding hebben verwerkt. Hoe was de relatie met Java als de bron van werkelijke maar ook imaginaire autoriteit op het gebied van normen, waarden en loyaliteit? Hoe succesvol waren Javanen in den vreemde met het opbouwen van een gemeenschap met behoud van de eigen cultuur?

Het KITLV herbergt een unieke collectie van Sino-Maleise literatuur, bestaande uit ongeveer 1500 boeken uitgegeven tussen 1880 en de jaren ‘60 van de vorige eeuw. Het merendeel van de collectie is gedigitaliseerd in het kader van het Metamorfoze Project. Tot nu toe heeft dit geresulteerd in een corpus van 4080 hoogwaardige pdf’s met tekstherkenning. Deze waardevolle collectie van primaire bronnen over het laatmoderne Zuidoost-Azië is grotendeels gepubliceerd door de aanzienlijke bevolkingsgroep van peranakan of gelokaliseerde Chinezen.

De geschiedenis van de Nederlandse krijgsmacht in Suriname tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is nauw verbonden met de veranderende koloniale verhoudingen. Deze studie begint met de komst van Amerikaanse troepen in Suriname gedurende de Tweede Wereldoorlog en eindigt met de vorming van de Surinaamse krijgsmacht in 1975. Het onderzoek is gebaseerd op archiefonderzoek en interviews.

Dit onderzoek gaat over de historische ontwikkeling en hedendaagse dynamiek van vrouwelijk Islamitisch leiderschap in Zuidoost-Azië. Hierin beperk ik mij niet tot de interpretatie van religieuze teksten en de rol daarin van gender, maar kijk ik naar de verschillende manieren waarop vrouwelijke Islamitische leiders bijdragen aan, en gebruik maken van, de constructie van bepaalde beelden van Islamitische vrouwelijkheid.

Dit grotendeels eenkoppige onderzoeksproject richt zich op de geschiedenis en de praktijk van visuele cultuur in de Engelstalige en Nederlandse Cariben door de lens van toerisme, film en televisie. Het project bestaat uit drie deelprojecten: (1) een boek over de geschiedenis van film in Jamaica en de relatie met toerisme en kolonialisme gedurende de late negentiende eeuw en begin twintigste eeuw; (2) een reeks diepte-interviewd met Engelstalige en Nederlandstalige Caribische filmmakers over hun werk en carrière in de context van de Caribische cinema en samenleving; (3) een vergelijkende analyse van de Nederlandse televisieverslaggeving over de moordzaken van Joran van der Sloot in Aruba en Lima, Peru.

Dit project beoogt het cross-linguïstische perspectieven in lexicale typologie uit te breiden door het uitvoeren van een gedetailleerde vergelijkend onderzoek van het lexicon in de Papoea-talen van de weinig bekende TimorAlorPantar (TAP) familie gesproken in het oosten van Indonesië en Oost-Timor. Door middel van het combineren van diepgravend veldwerk met een crosslinguïstische vergelijking (door gebruik te maken van bestaande materialen), zal het project de diverse evolutionaire geschiedenis van het lexicon onderzoeken binnen deze familie. Veranderingen in het lexicon zal door de hele familie heen worden gevolgd in termen van zowel de vormen van lexemes en hun betekenissen in domeinen die verschillende cognitieve, etnografische en ecologische problemen (zoals temperatuur, hoeveelheid, verwantschap, fauna, landschap en emoties) reflecteren.

Zuidoost-Azië, inclusief het overwegend islamitische Indonesië, maakt, in musea, wetenschap en populaire verbeelding wereldwijd, deel uit van een grotere hindoe-boeddhistische beschaving, waarvan de oorsprong wordt geplaatst in India. Dit project in voorbereiding onderzoekt, voor de periode 1880-1980, hoe kennisuitwisseling tussen pelgrims, wetenschappers en hippies heeft bijgedragen tot de vorming van de morele geografie van Greater India, en tot de re-sacralisering van hindoe-boeddhistische oudheden uit Indonesië. Waar ging het om in deze morele geografie, wie maakten er deel van uit, en wie niet? En welke invloed had Greater India op (post)koloniaal Indonesië?

Henk Schulte Nordholt schrijft een geschiedenis van Zuidoost-Azië voor de nieuwe serie Wereldgeschiedenis van Fischer Verlag (Neue Fischer Weltgeschichte. Het boek, dat naar verwachting in 2017 in het Duits zal verschijnen, biedt een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen op het vlak van politiek, econome, religie en cultuur.

In 2003, initieerde het KITLV dit longitudinale datagenererende onderzoeksproject in samenwerking met de Indonesische partners LIPI (Nationaal Indonesische Instituut voor de Wetenschappen) en Offstream Film. Het doel was om een audiovisueel archief van het dagelijkse leven in Indonesië in de 21ste eeuw op te zetten en onderzoek te doen naar het dagelijkse leven met behulp van dit archief. De opnames voor het archief worden gemaakt in Jakarta, Delanggu (Midden-Java), Payakumbuh (West-Sumatra), Kawal (op het eiland Bintan), Sintang (West-Kalimantan), Bittuang (Tana Toraja op Sulawesi), Ternate en Surabaya. Elke vier jaar worden op dezelfde locaties opnames gemaakt om continuïteit en verandering vast te leggen.

Dit is een vierjarig project (2011-2014) dat door NWO wordt gefinancierd en onder leiding van het KITLV wordt uitgevoerd in samenwerking met het Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Genocide Studies in Amsterdam (NIOD) en het Departement Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie van de Universiteit Leiden.

ONZE PROJECTEN

Het KITLV/Royal Netherlands Institute of Southeast Asian and Caribbean Studies initieert en coördineert innovatieve onderzoeksprojecten over Zuidoost-Azië en het Caribisch gebied. Onderzoekers van het instituut houden zich bezig met onderzoek dat wordt theoretisch, vergelijkend en empirisch van aard is. Onze onderzoeksprojecten richten zich zowel op historische thema’s als op hedendaagse ontwikkelingen. Op deze pagina staan de onderzoeksprojecten die momenteel bij het KITLV lopen, eventueel in samenwerking met andere afdelingen en instellingen.

Voltooide projecten

Klik hier voor een overzicht van onderzoeksprojecten die zijn voltooid sinds 2014, het jaar dat het KITLV is opgezet als een nieuw onderzoeks- instituut.