Het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam

Het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam

In opdracht van de gemeente Rotterdam voerde het KITLV de afgelopen twee jaar een onderzoek uit naar het koloniale en slavernijverleden van de stad. Deze opdracht vloeide voort uit de door de gemeenteraad van Rotterdam op 14 november 2017 aangenomen motie-Wijntuin, waarin om zo’n onderzoek wordt gevraagd. Het KITLV werkte in dit project nauw samen met het Stadsarchief Rotterdam

Het onderzoek werd uitgevoerd door een team van onderzoekers van het KITLV en andere, voornamelijk Rotterdamse onderzoekers. Voor de wetenschappelijke en maatschappelijke begeleiding van het onderzoek is een begeleidingscommissie samengesteld onder voorzitterschap van burgemeester Ahmed Aboutaleb.

Het onderzoek leidde tot drie boeken, die op 31 oktober 2020 werden aangeboden aan burgemeester Ahmed Aboutaleb, wethouder Bert Wijbenga en de indiener van de motie waarmee alles begon, Peggy Wijntuin:

De presentatie van de boeken op 31 oktober jl. is terug te zien via: https://youtu.be/DhF8QphhOLs.

© Foto Stadsarchief Rotterdam
© Alex da Silva, Clave, 2013, Rotterdam

Dit project resulteerde in drie boeken, die in oktober 2020 zijn gepubliceerd door uitgeverij Boom. Hieronder vindt u meer informatie over de publicaties.

Rotterdam in slavernij

Alex van Stipriaan

Eén op de acht Rotterdammers heeft tot slaaf gemaakte Afrikaanse voorouders in de familie. Hoe de Atlantische slavernij aanwezig was in Rotterdam en hoe Rotterdam aanwezig was in het Atlantisch gebied, met name in Suriname en op Curaçao, wordt duidelijk in dit boek.

Rotterdam in slavernij vertelt het verhaal van tot slaaf gemaakte Afrikanen die de gedwongen oversteek naar de Amerika’s maakten, en laat zien wie in Rotterdam betrokken waren bij de slavernij. Dat blijken veel meer mensen geweest te zijn dan alleen de rijke kooplieden en regenten. En ook toen al was slavernij niet voor alle Rotterdammers iets vanzelfsprekends. Kritische stemmen hebben altijd geklonken, uit Rotterdam en uiteraard uit de kolonies, van bijna onzichtbaar (cultureel) verzet tot grootschalige vormen van opstand.

Dit boek onthult een onbekend stuk Rotterdamse geschiedenis. Het lokale perspectief laat zien hoe wijdvertakt de slavernijrelaties waren. Tegelijk toont het in detail hoeveel Nederland daarbij betrokken was en stelt het de vraag wat dat anno nu betekent.

Het koloniale verleden van Rotterdam

Gert Oostindie (red.)

Van economie en politiek tot architectuur en museale collecties, van een ‘ethische roeping’ en voor- en naoorlogse migratieverhalen tot hedendaagse debatten in de stad. Alles komt aan bod in dit boek over het koloniale verleden van Rotterdam.

Een boek gewijd aan het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam bestond nog niet. Dat wil niet zeggen dat historici het thema ‘Rotterdam en kolonialisme’ bewust hebben genegeerd; zij hebben het echter nooit centraal gesteld. Historici die schreven over de koloniale en postkoloniale geschiedenis van Nederland hebben eerder wel aandacht besteed aan de Rotterdamse connectie en gebruikgemaakt van Rotterdamse archieven, maar ze hebben nooit de stad in het middelpunt geplaatst. Nu gebeurt dat wel, aangevuld met reflecties over de betekenis van dit verleden in het multiculturele Rotterdam van vandaag.

Rotterdam, een postkoloniale stad in beweging

Francio Guadeloupe, Paul van de Laar en Liane van der Linden (red.)

Rotterdam is een superdiverse stad. Hoe komt dat tot uiting in de hedendaagse stadscultuur en hoe wordt deze diversiteit beïnvloed door postkoloniale ervaringen? In dit verfrissende boek komen vele ervaringsdeskundigen aan het woord.

Een keur van Rotterdammers – onder wie een romanschrijver, een rapper, een stadsdichter, een straatkunstenaar, een (chef-)kok, een sociaal-cultureel werker, een fotograaf, (ex-)gemeenteraadsleden, een FunX Radio-dj, een spoken word-artiest, een publicist, een museumprofessionale en een onderzoeker – geeft op eigen wijze kleur aan het veelzijdige Rotterdam. Dat levert bijdragen op over tegenstellingen en uitdagingen in dit superdiverse Rotterdam, met als uitkomst harmonie en hoop, maar ook spanningen en cultuurstrijd – die nu eenmaal bij deze stad horen.

Kernpunten uit het onderzoek

In Nederland ontstaat meer ruimte voor kritische reflectie op het koloniale verleden, en in het bijzonder de slavernijgeschiedenis. Gedegen historische kennis is daarbij broodnodig. Mede hierom nam de Rotterdamse gemeenteraad het – ook in Europees verband unieke – besluit om dit verleden diepgaand te laten onderzoeken. Daaraan werd uitdrukkelijk ook het doel verbonden om ‘wederzijds begrip en verbondenheid naar de toekomst’ te versterken. De opdracht werd gegeven aan het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV-KNAW) te Leiden. Een breed samengesteld team onderzoekers werkte in 2018-2020 aan het project. Het resultaat is een drietal boeken, gebaseerd op nieuw, grondig archief-, literatuur- en veldonderzoek; gezamenlijk bieden zij een brede baaierd van nieuwe kennis, inzichten en beschouwingen (zie bijlage). Enkele conclusies:
  • Rotterdam heeft vanaf 1600 een belangrijke rol gespeeld in het Nederlandse kolonialisme en dus ook in slavenhandel en slavernij. In de zeventiende en achttiende eeuw was dat vooral als deelnemer in de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en West-Indische Compagnie (WIC), daarna nam de particuliere sector het over. Rotterdam werd de grootste haven van Nederland; de koloniale handel op Nederlands-Indië speelde daarbij een belangrijke rol.
  • Rotterdamse burgemeesters en andere bestuurders, ondernemers en zeevaarders speelden een rol van betekenis in VOC en WIC, en ook in het particuliere systeem van slavenhandel en slavernij. Het eerste geregistreerde Nederlandse schip met Afrikaanse slaafgemaakten (1596) had een Rotterdamse reder. Het stadsbestuur ondersteunde VOC, WIC en particuliere koloniale ondernemers; vele bestuurders hadden zelf ook koloniale belangen.
  • Rotterdamse bedrijven hebben geprofiteerd van hun betrokkenheid bij slavernij en kolonialisme. Sommige bestaan nog steeds of gingen op in andere ondernemingen. Belangrijke vroege voorbeelden zijn Hudig, Mees en voorlopers van hedendaagse bedrijven als ASR en ABN-AMRO. Voorts bedrijven die vanaf de negentiende eeuw activiteiten ontwikkelden in en met het huidige Indonesië, zoals Van Nelle; Van Oordt; ASR; Rotterdamsche Lloyd (opgegaan in Maersk); Fijenoord (nu deel van Damen Shipyards); de Rotterdamsche Bank (opgegaan in ABN-AMRO); en de NV Indische fondsen (nu deel van ROBECO). Dit lijstje is verre van compleet; verder onderzoek naar de betrokkenheid van Rotterdamse bedrijven bij de koloniale en slavernijgeschiedenis is gewenst.
  • In de regel gaven noch het Rotterdamse stadbestuur, noch Rotterdamse ondernemers blijk van ethische bezwaren tegen slavenhandel, slavernij of het kolonialisme op zich. Er waren altijd wel Rotterdammers die kritiek verwoordden, maar dat waren uitzonderingen.
  • In dit onderzoek staat de impact van deze geschiedenis op de stad centraal. Dat neemt niet weg dat met name in het deel over het slavernijverleden ook de impact op met name Suriname en Curaçao en het verzet tegen de slavernij ruim aan bod komen. Wat was de impact van deze geschiedenis op de stad Rotterdam zelf?
    • Economie. De Rotterdamse betrokkenheid bij slavernij en kolonialisme is een integraal onderdeel van de economische ontwikkeling van de stad. Dat betreft handel, industrie en financiële dienstverlening. Deze betrokkenheid beperkte zich niet tot zakenlieden; ook talloze Rotterdamse zeelieden, arbeiders en ‘witte boorden’ verdienden hun brood met koloniale zaken.
    • Stedenbouw en architectuur. De groei van de Rotterdamse stad en havens is nauw verbonden met het kolonialisme. Door het Duitse bombardement van 1940 zijn veel gebouwen met een koloniale connectie verloren gegaan, maar niettemin zijn nog overal architectonische en stedenbouwkundige getuigen van deze geschiedenis aanwijsbaar.
    • Musea en collecties. Welgestelde Rotterdammers legden koloniale verzamelingen kunst en etnografica aan, vooral uit Indonesië, die nu terug te vinden zijn in de Rotterdamse musea zoals het Wereldmuseum, Boijmans van Beuningen, het Maritiem Museum en Museum Rotterdam. Ook het Stadsarchief herbergt unieke, vooral particuliere collecties over het koloniale en in het bijzonder het slavernijverleden. Die collecties weerspiegelen vaak een koloniaal wereldbeeld waaraan de erfgoedinstellingen zich vandaag proberen te ontworstelen.
    • Racisme en geweld waren inherent aan kolonialisme en slavernij en dit geldt dus ook voor de Rotterdamse betrokkenheid en medeverantwoordelijkheid. Vanaf het midden van de negentiende eeuw ontwikkelde zich een wat kritischer, ‘ethische’ dimensie van het koloniale systeem. Dit kwam in Rotterdam tot uiting in activisme voor de afschaffing van de slavernij. Later werd de stad een centrum voor zending, missie en tropische geneeskunde. De gedachtewereld daarachter was paternalistisch, soms ronduit racistisch van aard.
    • Migratie. Vanaf de vroege koloniale tijd kwamen er mensen uit de koloniën naar Nederland, al dan niet uit vrije wil. Te denken is aan bediendes, later ook studenten, zoals de Indonesische staatsman Mohammad Hatta. Koloniale migranten waren actief in het verzet tegen het Nederlandse kolonialisme, maar ook tegen de Duitse bezetter. Na de oorlog vestigden zich veel meer ‘postkoloniale’ migranten in de stad.
  • Rotterdam is anno 2020 een superdiverse stad, met grote groepen inwoners uit de voormalige – Nederlandse, maar ook Portugese, Franse, Spaanse en Britse – koloniën. De koloniale geschiedenis loopt daarmee door in de hedendaagse stad. Dat helpt verklaren waarom dit verleden inmiddels zo sterk in de belangstelling staat: het koloniale en slavernijverleden, een geschiedenis van racisme en uitsluiting, is niet afgesloten, maar werkt materieel en mentaal door in het heden

De Rotterdamse koloniale en slavernijgeschiedenis is, niet alleen op andere continenten maar ook voor de stad zelf, van grote betekenis geweest. Rotterdamse bestuurders speelden eeuwenlang een bepalende rol in deze nu ‘herontdekte’ geschiedenis. Aan hun opvolgers de taak te bepalen welke plaats zij dit verleden willen geven in de hedendaagse stad. Deze drie boeken bieden daartoe een grondige en onmisbare achtergrond, maar zeker niet het laatste woord. Er is nog veel uit te zoeken, te overdenken en te bespreken. De volgende stap is een vertaalslag naar het grote publiek.

Tom van den Berge

Tom van den Berge is als onderzoeker aan het KITLV verbonden en betrokken bij het project ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950‘. Daarnaast werkt Tom aan een biografie over I.S. Kijne (1899-1970), een Nederlandse zending-leraar in Nieuw Guinea. Eerder publiceerde hij o.a.: ‘Picasso in the tropics: European modern painting in Indonesia, 1920–1957’ in Modern times in Southeast Asia, 1920s–1970s;  ‘Indonesisch geweld tegen de burgerbevolking in West-Java, 1945–1949: Een verkenning’ in Leidschrift en H.J. van Mook 1894-1965: Een vrij en gelukkig Indonesië.  Lees meer.

Alexandra van Dongen

Opgeleid als museoloog (Reinwardt Akademie) en kunsthistoricus (Rijksuniversiteit Leiden), werkt Alexandra van Dongen (geboren Leiden, 1961) sinds 1986 in Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam, aanvankelijk als assistant-conservator, vanaf 1992 als conservator historische vormgeving. Ze initieerde en werkte mee aan vele collectiepresentaties, tentoonstellings- en onderzoeksprojecten en publicaties in Boijmans, waaruit een greep: ‘One Man’s Trash is Another Man’s Treasure. De metamorfose van het Europese Gebruiksvoorwerp in de Nieuwe Wereld’ (1995), ‘Unpacking Europe. Een ander perspectief op de collectie’ (2001), ‘Erasmus in Beeld’ (2008), ‘De Weg naar Van Eyck’ (2012), ‘Potluck. Serviesgoed en verhalen’ i.s.m. Verhalenhuis Belvédère (2013), ‘Mijn Afrikaanse Oma’ i.s.m. Verhalenhuis Belvédère (2016). Vanaf 2016 werkt Alexandra ook als freelance curator/gastconservator en realiseerde o.a. tentoonstellingen in het Wereldmuseum Rotterdam: ‘Ik kook, dus ik ben’ (2017) i.s.m. schrijver Abdelkader Benali, en ‘POWERMASK’ (2017) in samenwerking met modeontwerper Walter Van Beirendonck. Momenteel bereidt ze twee tentoonstellingen voor in het Wereldmuseum en Museum Rotterdam in 2019 in het kader van ‘Boijmans bij de Buren’, op initiatief van de Stichting Droom en Daad, en organiseert ze in september 2019 samen met theatermaker Rajae El Mouhandiz een tijdelijke tentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam. Meer informatie. © Foto Krijn van Noordwijk

Esther Captain

Dr. Esther Captain is a senior researcher and staff member at the Royal Netherlands Institute of Southeast Asian and Caribbean Studies (KITLV) in Leiden, the Netherlands. At KITLV, she is currently developing a new research line on postcolonial Netherlands, with links to Indonesia and the Caribbean. Moreover, she is a researcher at the ‘Independence, Decolonization, Violence and War in Indonesia, 1945-1950’ program at the same institute. Read more.

Francio Guadeloupe

Francio Guadeloupe studeerde ontwikkelingsstudies en antropologie in Nijmegen en   promoveerde als sociaal & cultureel antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam. Van 2013 tot en met 2017 was hij rector magnificus aan de University of St. Martin (USM) op het eiland Sint Maarten. Guadeloupe werkt nu aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek en schrijft over urban populaire cultuur en de politics of belonging in het Caribisch Gebied en Nederland.  Hij is de auteur van o.a. “Chanting Down the New Jerusalem: Calypso, Christianity, and Capitalism in the Caribbean” (University of California Press, 2009) en de redacteur samen met Vincent de Rooij van “Zo zijn onze Manieren…visies van multiculturaliteit in Nederland (Rozenberg Publishers te Amsterdam). Artikelen van Guadeloupe zijn verschenen in bundels en wetenschappelijke tijdschriften zoals Smash the Pillars: Decoloniality and the Imaginary of Color in the Dutch Kingdom (Lexington Books),  The culturalization of citizenship: Belonging and polarization in a globalizing world(Palgrave Publishers), Transforming Anthropology, Latin American and Caribbean Ethnic Studies, Social Analysis, Women Studies International Forum, Etnofoor en the Journal for the Study of Religion.

Henk den Heijer

Henk den Heijer is gespecialiseerd in maritieme en overzeese geschiedenis. Hij promoveerde in 1997 aan de Universiteit Leiden op een proefschrift over de Nederlandse handelsrelatie met West-Afrika tussen 1674 en 1740. Hij was onder meer docent geschiedenis in het middelbaar onderwijs, ontwikkelaar/redacteur van een onderwijsmethode voor uitgeverij EPN-Wolters-Noordhoff, gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en docent aan de Universiteit Leiden. Van 2010 tot 2015 was hij hoogleraar zeegeschiedenis in Leiden. Zijn onderzoek richt zich op de vroegmoderne maritieme geschiedenis, met name op die van Nederland in het Atlantisch gebied. Hij publiceerde onder meer over de grote handelscompagnieën (VOC en WIC) in de vroegmoderne tijd, slavenhandel, cartografie en het Nederlandse militaire optreden overzee. Momenteel is hij betrokken bij het NWO-onderzoeksproject Slaves, Commodities and Logistics en eindredacteur van de Nieuwe Maritieme Geschiedenis van Nederland, een project van het KNAW-instituut Huygens-ING.

Rosa de Jong

Rosa de Jong studeerde Wijsbegeerte en Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en rondde de Research Master af met een scriptie over joodse vluchtelingen in Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij was naast haar studies voorzitter van Wijsgerig Festival DRIFT en hoofdredacteur van Skript Historisch Tijdschrift. Momenteel onderzoekt zij vluchtmigratie vanuit Nederland naar de Caraïben tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bij het KITLV is zij werkzaam als onderzoeker voor het project Het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam en daarnaast is ze eindredacteur van het Holland Historisch Tijdschrift. Lees meer.

Gerhard de Kok

Gerhard de Kok is als economisch en maritiem historicus verbonden aan het KITLV. Gerhard voerde de afgelopen jaren een onderzoek uit naar de lokale economische effecten van de Walcherse slavenhandel, waarop hij binnenkort hoopt te promoveren. Daarnaast publiceerde hij enkele wetenschappelijke artikelen over het Nederlandse koloniale verleden. In de komende periode zal hij onderzoeken in hoeverre de Rotterdamse economie verbonden was met de (Nederlandse) koloniën en welke effecten deze koloniale band op de stedelijke economie had.

Paul van de Laar

Paul van de Laar studeerde maatschappijgeschiedenis in Rotterdam en promoveerde als economisch historicus in 1991 bij het Tinbergen Instituut aan de Erasmus Universiteit. Na een korte periode als onderzoeksadviseur gewerkt te hebben in de maritieme sector werd hij stadshistoricus en schreef hij een standaardwerk over Rotterdam in de negentiende en twintigste eeuw, Stad van formaat (2000). Sinds 1997 is hij bijzonder hoogleraar geschiedenis van Rotterdam aan de Erasmus Universiteit, een functie die hij sinds 2001 combineert met werkzaamheden in Museum Rotterdam (voorheen Historisch Museum Rotterdam). Vanaf 2011 werd hij plaatsvervangend directeur. In 2013 werd hij tot algemeen directeur benoemd met als bijzondere opdracht de vernieuwing van het stadsmuseum Rotterdam. Als bijzonder hoogleraar geeft hij het keuzevak Urban History: Rotterdam in Global Perspective. Zijn onderzoek begeeft zich op het terrein van comparative port cities, migratiegeschiedenis en het erfgoed van de superdiverse stad. Samen met Peter Scholten en Maurice Crul is hij redacteur van Coming to Terms with Superdiversity. The Case of Rotterdam (2018). Hij is tevens als onderzoeker betrokken bij het HERA Joint Research Programme: ‘Public Spaces: Culture and Integration in Europe’. PLEASURESCAPES. Port Cities’ Transnational Forces of Integration (Barcelona, Gothenburg, Hamburg en Rotterdam) dat in 2019 van start gaat. © Foto Roy Borghout

Liane van der Linde

Koloniale geschiedenis als bron van erfgoedproductie in eigentijdse herinneringscultuur en in grootstedelijke populaire cultuur zijn rode draden in de loopbaan van Liane van der Linden (Tandjong Pinang, 1957). Zij is opgeleid als historicus aan de Universiteit van Leiden en werkte als beleidsmedewerker Cultuurontmoetingen bij het Wereldmuseum Rotterdam (1992-2001) aan tentoonstellingen, lezingen- en filmprogramma’s over de (doorwerking van de) dekolonisatie van Indonesië, zoals de expositie ‘Wayang Revolusi’ en de debatserie ‘Uw herinneringen zijn de onze niet’. 
Als directeur van Imagine IC in Amsterdam Zuidoost (2001-2006) en directeur van Kosmopolis Rotterdam (2006-2013) ontwikkelde ze met kunstenaars, onderzoekers en buurtbewoners meerjarige kunst- en cultuurprogramma’s over superdiversiteit, populaire en jongerencultuur. Sinds de wegbezuiniging van Kosmopolis Rotterdam is zij als projectcoördinator werkzaam bij Kenniscentrum Creating 010, Hogeschool Rotterdam. Naast genoemde werkzaamheden werkte zij als bestuurslid van het Indisch Wetenschappelijk Instituut aan de ontsluiting en presentatie van de historische fotocollectie, onder andere op de Pasar Malam Besar in Den Haag. Sinds 2017 is zij lid van de museale commissie van de Raad van Toezicht van het Wereldmuseum/Nationaal Museum voor Wereldculturen. Als bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei is zij betrokken bij de beleidsontwikkeling inzake de Tweede Wereldoorlog in Indië/Indonesië en de daaropvolgende onafhankelijkheidsoorlog. © Foto Chris Houts

Gert Oostindie

Gert Oostindie is directeur van het KITLV en hoogleraar Koloniale en Postkoloniale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Op dit moment is Oostindie co-programmaleider van de onderzoeksprogramma’s ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950′, ‘Confronting Caribbean Challenges’, ‘Traveling Caribbean Heritage’ en ‘Het Koloniale en Slavernijverleden van Rotterdam’. Lees meer.

Pauline van Roosmalen

Pauline K.M. van Roosmalen onderzoekt, publiceert en spreekt geregeld over koloniale en vroeg postkoloniale architectuur en stedenbouw in Nederlands-Indië en Indonesië. Daarnaast is ze deskundig op het gebied van Nederlandse voor- en naoorlogse architectuur en stedenbouw. Van Roosmalen studeerde kunst- en architectuurgeschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en promoveerde aan de Technische Universiteit in Delft. Haar dissertatie beschrijft de stedenbouwkundige ontwikkelingen en de professionalsering van het vak stedenbouw in Nederlands-Indië tussen 1905 en 1950. Van Roosmalen is oprichter en directeur van PKMvR heritage research consultancy. Enkele publicaties van haar hand zijn An Indisch Career in Five Stages: A Brief Account of the Indisch Life and Works of Henri and Jean Estourgie (2018), Weep and wonder: The extension of BI’s residence in Medan (2017), Three times lucky: Uncovering a building designed by Herman Thomas Karsten (2016), Confronting built heritage: Shifting perspectives on colonial architecture in Indonesia (2013),‘We zullen het ze vertellen’. Het vergeten Indische werk van Nederlandse architecten (2007), Image, style and status: A sketch of the role and impact of private enterprise as a commissioner on architecture and urban development in the Dutch East Indies from 1870 to 1942 (2003), Changing Views on Colonial Heritage (2003). © Foto Christiaan Krouwels

Alex van Stipriaan

Alex van Stipriaan is vanaf 1986 verbonden aan de Geschiedenisafdeling van de Erasmus Universiteit Rotterdam, sinds 1997 als hoogleraar. Zijn leerstoel heet voluit Global History and Cultural Encounters, specifically regarding the Caribbean (and its diasporas). Van 2005 tot en met 2014 combineerde hij deze positie met een conservatorschap bij het Tropenmuseum in Amsterdam, waar hij o.a. een aantal spraakmakende tentoonstellingen maakte, zoals over hedendaagse Marroncultuur en Zwart & Wit over Nederlandse rassenrelaties in de anderhalve eeuw na de afschaffing van de slavernij. Van Stipriaan promoveerde (cum laude) in 1991 op de sociaal-economische geschiedenis van Suriname als plantagekolonie tijdens de slavernij. Sindsdien heeft hij een groot aantal (inter)nationale publicaties op zijn naam m.b.t. onder meer Caribische (slavernij- en marron-) geschiedenis, kunst en cultuur, creoliseringsprocessen en cultureel erfgoed in met name Suriname, de Nederlandse Cariben en in Nederland. Samen met Gert Oostindie geeft hij, vanuit het KITLV, momenteel ook leiding aan het NWO-project Traveling Caribbean Heritage. Van Stipriaan was een van de mede-oprichters van het nationale slavernij-monument in Amsterdam en van het slavernij-instituut NiNsee, hij was nauw betrokken bij de oprichting van het slavernijmonument in Rotterdam en werkt al jaren samen met de Rotterdamse stichting Gedeeld Verleden, Gezamenlijke Toekomst. Ook is hij lid van Unesco’s International Scientific Committee on the Slave Route Project. © Foto Margo Groenewoud

Siert Wieringa

Siert Wieringa (geboren Coevorden, 1953) is opgeleid als cultureel antropoloog met als hoofdvak Caraïbistiek (Universiteit Utrecht). Daarnaast heeft hij met succes een management consultancy opleiding afgerond op Nyenrode Business Universiteit en de Interuniversity Centre for Organizational Development and Change (SIOO). Hij heeft gewerkt op verschillende managementposities in de internationale ontwikkelingssamenwerking en noodhulp bij o.a. Artsen zonder Grenzen en het (Internationale) Rode Kruis. In 1999 ontving Artsen zonder Grenzen de Nobelprijs voor de Vrede. Als senior consultant was hij voor North Star Alliance actief in West-Afrika. Om ook regelmatig thuis te kunnen zijn heeft hij tussendoor een periode in Nederland gewerkt als consultant bij een adviesbureau op het snijvlak van arbeid en gezondheid. Door zijn kennis van de Caraïben en zijn werkzaamheden in onder meer West-Afrika is hij bijzonder geïnteresseerd geraakt in de geschiedenis van de (Nederlandse) slavenhandel in de 17e en 18e eeuw. Naar die geschiedenis doet hij momenteel archiefonderzoek in Rotterdam. Wieringa is coördinator van een Nationale Helpdesk voor de professionele ondersteuning van bewonersinitiatieven. Hij is voorzitter van een zorgcoöperatie en is actief als bestuurder en toezichthouder. In 2015 heeft hij een boek gepubliceerd over de rol van de gemeenteveldwacht in Drenthe aan de hand van een levensbeschrijving van zijn grootvader Siert Wieringa, veldwachter te Ruinen.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een team van onderzoekers van het KITLV en andere, voornamelijk Rotterdamse onderzoekers. Voor de wetenschappelijke en maatschappelijke begeleiding van het onderzoek is een begeleidingscommissie samengesteld, bestaande uit:
  • De heer ing. A. Aboutaleb, burgemeester Rotterdam, voorzitter
  • De heer dr. F. Dragtenstein, Surinaams-Nederlandse historicus en Surinamist
  • Mevrouw M. Elmar, voorzitter VNO-NCW district Rotterdam en directeur Cruise Port Rotterdam
  • De heer drs. R. Habiboe, historicus met specialisme Molukse geschiedenis
  • Mevrouw dr. E.M. Jacobs, curator-in-residence bij het Rotterdam Centre for Modern Maritime History (EUR en Maritiem Museum Rotterdam)
  • De heer prof. dr. W. Modest, hoofd Research Center van het Nationaal Museum Van Wereldculturen en het Wereldmuseum
  • De heer C. Goncalves, bestuurslid Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst
  • Mevrouw drs. J. Steenhuis, stads- en gemeentearchivaris Rotterdam, secretaris

Antilliaans Dagblad, Slavernij en Rotterdam‘, recensie, 16 april 2021.

SRF Schweizer Radio und Fernsehen, Zweigniederlassung der Schweizerischen Radio- und FernsehgesellschaftDie Niederlande ringen mit ihrer Sklaverei-Vergangenheit, 10 april 2021.

Volkskrant, Boekentips: Slavernij, 11 februari 2021.

Platform Overheid, ‘Rotterdam in slavernij‘, 15 december 2020.

NRC, ‘De ruzie voorbij: Nederland en de slavernij‘, 20 november 2020.

Studio Erasmus: ‘Wie in Rotterdam was betrokken bij slavernij?’, 2 november 2020.

Vers Beton, Interview met Gert Oostindie, oktober 2020.