Het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam

Het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam

In opdracht van de gemeente Rotterdam zal het KITLV een onderzoek uitvoeren naar het koloniale en slavernijverleden van de stad. Deze opdracht vloeit voort uit de door de gemeenteraad van Rotterdam op 14 november 2017 aangenomen motie-Wijntuin, waarin om zo’n onderzoek wordt gevraagd. Het KITLV werkt in dit project nauw samen met het Stadsarchief Rotterdam. Het onderzoek zal leiden tot drie boeken, te publiceren in oktober 2020:

  • Een bundel artikelen over de koloniale geschiedenis onder redactie van Gert Oostindie
  • Een boek over het slavernijverleden van de hand van Alex van Stipriaan Luїscius
  • Een bundel met reflecties op de erfenissen van deze geschiedenis onder redactie van Francio Guadeloupe, Paul van de Laar en Liane van der Linden

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een team van onderzoekers van het KITLV en andere, voornamelijk Rotterdamse onderzoekers. Voor de wetenschappelijke en maatschappelijke begeleiding van het onderzoek is een begeleidingscommissie samengesteld onder voorzitterschap van burgemeester Ahmed Aboutaleb.

© Foto Stadsarchief Rotterdam

Tom van den Berge

Tom van den Berge is als onderzoeker aan het KITLV verbonden en betrokken bij het project ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950‘. Daarnaast werkt Tom aan een biografie over I.S. Kijne (1899-1970), een Nederlandse zending-leraar in Nieuw Guinea. Eerder publiceerde hij o.a.: ‘Picasso in the tropics: European modern painting in Indonesia, 1920–1957’ in Modern times in Southeast Asia, 1920s–1970s;  ‘Indonesisch geweld tegen de burgerbevolking in West-Java, 1945–1949: Een verkenning’ in Leidschrift en H.J. van Mook 1894-1965: Een vrij en gelukkig Indonesië.  Lees meer.

Alexandra van Dongen

Opgeleid als museoloog (Reinwardt Akademie) en kunsthistoricus (Rijksuniversiteit Leiden), werkt Alexandra van Dongen (geboren Leiden, 1961) sinds 1986 in Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam, aanvankelijk als assistant-conservator, vanaf 1992 als conservator historische vormgeving. Ze initieerde en werkte mee aan vele collectiepresentaties, tentoonstellings- en onderzoeksprojecten en publicaties in Boijmans, waaruit een greep: ‘One Man’s Trash is Another Man’s Treasure. De metamorfose van het Europese Gebruiksvoorwerp in de Nieuwe Wereld’ (1995), ‘Unpacking Europe. Een ander perspectief op de collectie’ (2001), ‘Erasmus in Beeld’ (2008), ‘De Weg naar Van Eyck’ (2012), ‘Potluck. Serviesgoed en verhalen’ i.s.m. Verhalenhuis Belvédère (2013), ‘Mijn Afrikaanse Oma’ i.s.m. Verhalenhuis Belvédère (2016). Vanaf 2016 werkt Alexandra ook als freelance curator/gastconservator en realiseerde o.a. tentoonstellingen in het Wereldmuseum Rotterdam: ‘Ik kook, dus ik ben’ (2017) i.s.m. schrijver Abdelkader Benali, en ‘POWERMASK’ (2017) in samenwerking met modeontwerper Walter Van Beirendonck. Momenteel bereidt ze twee tentoonstellingen voor in het Wereldmuseum en Museum Rotterdam in 2019 in het kader van ‘Boijmans bij de Buren’, op initiatief van de Stichting Droom en Daad, en organiseert ze in september 2019 samen met theatermaker Rajae El Mouhandiz een tijdelijke tentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam. Meer informatie. © Foto Krijn van Noordwijk

Francio Guadeloupe

Francio Guadeloupe studeerde ontwikkelingsstudies en antropologie in Nijmegen en   promoveerde als sociaal & cultureel antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam. Van 2013 tot en met 2017 was hij rector magnificus aan de University of St. Martin (USM) op het eiland Sint Maarten. Guadeloupe werkt nu aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek en schrijft over urban populaire cultuur en de politics of belonging in het Caribisch Gebied en Nederland.  Hij is de auteur van o.a. “Chanting Down the New Jerusalem: Calypso, Christianity, and Capitalism in the Caribbean” (University of California Press, 2009) en de redacteur samen met Vincent de Rooij van “Zo zijn onze Manieren…visies van multiculturaliteit in Nederland (Rozenberg Publishers te Amsterdam). Artikelen van Guadeloupe zijn verschenen in bundels en wetenschappelijke tijdschriften zoals Smash the Pillars: Decoloniality and the Imaginary of Color in the Dutch Kingdom (Lexington Books),  The culturalization of citizenship: Belonging and polarization in a globalizing world(Palgrave Publishers), Transforming Anthropology, Latin American and Caribbean Ethnic Studies, Social Analysis, Women Studies International Forum, Etnofoor en the Journal for the Study of Religion.

Henk den Heijer

Henk den Heijer is gespecialiseerd in maritieme en overzeese geschiedenis. Hij promoveerde in 1997 aan de Universiteit Leiden op een proefschrift over de Nederlandse handelsrelatie met West-Afrika tussen 1674 en 1740. Hij was onder meer docent geschiedenis in het middelbaar onderwijs, ontwikkelaar/redacteur van een onderwijsmethode voor uitgeverij EPN-Wolters-Noordhoff, gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en docent aan de Universiteit Leiden. Van 2010 tot 2015 was hij hoogleraar zeegeschiedenis in Leiden. Zijn onderzoek richt zich op de vroegmoderne maritieme geschiedenis, met name op die van Nederland in het Atlantisch gebied. Hij publiceerde onder meer over de grote handelscompagnieën (VOC en WIC) in de vroegmoderne tijd, slavenhandel, cartografie en het Nederlandse militaire optreden overzee. Momenteel is hij betrokken bij het NWO-onderzoeksproject Slaves, Commodities and Logistics en eindredacteur van de Nieuwe Maritieme Geschiedenis van Nederland, een project van het KNAW-instituut Huygens-ING.

Rosa de Jong

Rosa de Jong studeerde Wijsbegeerte en Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en rondde de Research Master af met een scriptie over joodse vluchtelingen in Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij was naast haar studies voorzitter van Wijsgerig Festival DRIFT en hoofdredacteur van Skript Historisch Tijdschrift. Momenteel onderzoekt zij vluchtmigratie vanuit Nederland naar de Caraïben tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bij het KITLV is zij werkzaam als onderzoeker voor het project Het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam en daarnaast is ze eindredacteur van het Holland Historisch Tijdschrift. Lees meer.

Gerhard de Kok

Gerhard de Kok is als economisch en maritiem historicus verbonden aan het KITLV. Gerhard voerde de afgelopen jaren een onderzoek uit naar de lokale economische effecten van de Walcherse slavenhandel, waarop hij binnenkort hoopt te promoveren. Daarnaast publiceerde hij enkele wetenschappelijke artikelen over het Nederlandse koloniale verleden. In de komende periode zal hij onderzoeken in hoeverre de Rotterdamse economie verbonden was met de (Nederlandse) koloniën en welke effecten deze koloniale band op de stedelijke economie had.

Paul van de Laar

Paul van de Laar studeerde maatschappijgeschiedenis in Rotterdam en promoveerde als economisch historicus in 1991 bij het Tinbergen Instituut aan de Erasmus Universiteit. Na een korte periode als onderzoeksadviseur gewerkt te hebben in de maritieme sector werd hij stadshistoricus en schreef hij een standaardwerk over Rotterdam in de negentiende en twintigste eeuw, Stad van formaat (2000). Sinds 1997 is hij bijzonder hoogleraar geschiedenis van Rotterdam aan de Erasmus Universiteit, een functie die hij sinds 2001 combineert met werkzaamheden in Museum Rotterdam (voorheen Historisch Museum Rotterdam). Vanaf 2011 werd hij plaatsvervangend directeur. In 2013 werd hij tot algemeen directeur benoemd met als bijzondere opdracht de vernieuwing van het stadsmuseum Rotterdam. Als bijzonder hoogleraar geeft hij het keuzevak Urban History: Rotterdam in Global Perspective. Zijn onderzoek begeeft zich op het terrein van comparative port cities, migratiegeschiedenis en het erfgoed van de superdiverse stad. Samen met Peter Scholten en Maurice Crul is hij redacteur van Coming to Terms with Superdiversity. The Case of Rotterdam (2018). Hij is tevens als onderzoeker betrokken bij het HERA Joint Research Programme: ‘Public Spaces: Culture and Integration in Europe’. PLEASURESCAPES. Port Cities’ Transnational Forces of Integration (Barcelona, Gothenburg, Hamburg en Rotterdam) dat in 2019 van start gaat. © Foto Roy Borghout

Liane van der Linde

Koloniale geschiedenis als bron van erfgoedproductie in eigentijdse herinneringscultuur en in grootstedelijke populaire cultuur zijn rode draden in de loopbaan van Liane van der Linden (Tandjong Pinang, 1957). Zij is opgeleid als historicus aan de Universiteit van Leiden en werkte als beleidsmedewerker Cultuurontmoetingen bij het Wereldmuseum Rotterdam (1992-2001) aan tentoonstellingen, lezingen- en filmprogramma’s over de (doorwerking van de) dekolonisatie van Indonesië, zoals de expositie ‘Wayang Revolusi’ en de debatserie ‘Uw herinneringen zijn de onze niet’. 
Als directeur van Imagine IC in Amsterdam Zuidoost (2001-2006) en directeur van Kosmopolis Rotterdam (2006-2013) ontwikkelde ze met kunstenaars, onderzoekers en buurtbewoners meerjarige kunst- en cultuurprogramma’s over superdiversiteit, populaire en jongerencultuur. Sinds de wegbezuiniging van Kosmopolis Rotterdam is zij als projectcoördinator werkzaam bij Kenniscentrum Creating 010, Hogeschool Rotterdam. Naast genoemde werkzaamheden werkte zij als bestuurslid van het Indisch Wetenschappelijk Instituut aan de ontsluiting en presentatie van de historische fotocollectie, onder andere op de Pasar Malam Besar in Den Haag. Sinds 2017 is zij lid van de museale commissie van de Raad van Toezicht van het Wereldmuseum/Nationaal Museum voor Wereldculturen. Als bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei is zij betrokken bij de beleidsontwikkeling inzake de Tweede Wereldoorlog in Indië/Indonesië en de daaropvolgende onafhankelijkheidsoorlog. © Foto Chris Houts

Wim Manuhutu

Wim Manuhutu is directeur van het Migratie Museum  in Den Haag. Hij was van 1987 tot en met 2008 directeur van het Museum Maluku in Utrecht. Hij maakte daar tentoonstellingen op het terrein van geschiedenis, cultuur en actualiteit en ontwikkelde het museum als een van de weinige etnische musea in Nederland tot een kenniscentrum op het gebied van erfgoed en diversiteit. In 2009 begon hij met promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam naar de wijze waarop Nederland en landen waarmee Nederland (semi-) koloniale relaties heeft onderhouden, vorm geven aan het begrip gedeeld cultureel erfgoed. Het onderzoek concentreert zich op Indonesië, Suriname en Nederland.  Lees meer. © Foto Patricia Steur

Gert Oostindie

Gert Oostindie is directeur van het KITLV en hoogleraar Koloniale en Postkoloniale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Op dit moment is Oostindie co-programmaleider van de onderzoeksprogramma’s ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950′, ‘Confronting Caribbean Challenges’, ‘Traveling Caribbean Heritage’ en ‘Het Koloniale en Slavernijverleden van Rotterdam’. Lees meer.

Pauline van Roosmalen

Dr. Pauline K.M. van Roosmalen onderzoekt, publiceert en spreekt geregeld over koloniale en vroeg postkoloniale architectuur en stedenbouw in Nederlands-Indië en Indonesië. Daarnaast is ze deskundig op het gebied van Nederlandse voor- en naoorlogse architectuur en stedenbouw. Van Roosmalen studeerde kunst- en architectuurgeschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en promoveerde aan de Technische Universiteit in Delft. Haar dissertatie beschrijft de stedenbouwkundige ontwikkelingen en de professionalsering van het vak stedenbouw in Nederlands-Indië tussen 1905 en 1950. Van Roosmalen is oprichter en directeur van PKMvR heritage research consultancy. Enkele publicaties van haar hand zijn An Indisch Career in Five Stages: A Brief Account of the Indisch Life and Works of Henri and Jean Estourgie (2018), Weep and wonder: The extension of BI’s residence in Medan (2017), Three times lucky: Uncovering a building designed by Herman Thomas Karsten (2016), Confronting built heritage: Shifting perspectives on colonial architecture in Indonesia (2013),‘We zullen het ze vertellen’. Het vergeten Indische werk van Nederlandse architecten (2007), Image, style and status: A sketch of the role and impact of private enterprise as a commissioner on architecture and urban development in the Dutch East Indies from 1870 to 1942 (2003), Changing Views on Colonial Heritage (2003). © Foto Christiaan Krouwels

Alex van Stipriaan

Alex van Stipriaan is vanaf 1986 verbonden aan de Geschiedenisafdeling van de Erasmus Universiteit Rotterdam, sinds 1997 als hoogleraar. Zijn leerstoel heet voluit Global History and Cultural Encounters, specifically regarding the Caribbean (and its diasporas). Van 2005 tot en met 2014 combineerde hij deze positie met een conservatorschap bij het Tropenmuseum in Amsterdam, waar hij o.a. een aantal spraakmakende tentoonstellingen maakte, zoals over hedendaagse Marroncultuur en Zwart & Wit over Nederlandse rassenrelaties in de anderhalve eeuw na de afschaffing van de slavernij. Van Stipriaan promoveerde (cum laude) in 1991 op de sociaal-economische geschiedenis van Suriname als plantagekolonie tijdens de slavernij. Sindsdien heeft hij een groot aantal (inter)nationale publicaties op zijn naam m.b.t. onder meer Caribische (slavernij- en marron-) geschiedenis, kunst en cultuur, creoliseringsprocessen en cultureel erfgoed in met name Suriname, de Nederlandse Cariben en in Nederland. Samen met Gert Oostindie geeft hij, vanuit het KITLV, momenteel ook leiding aan het NWO-project Traveling Caribbean Heritage. Van Stipriaan was een van de mede-oprichters van het nationale slavernij-monument in Amsterdam en van het slavernij-instituut NiNsee, hij was nauw betrokken bij de oprichting van het slavernijmonument in Rotterdam en werkt al jaren samen met de Rotterdamse stichting Gedeeld Verleden, Gezamenlijke Toekomst. Ook is hij lid van Unesco’s International Scientific Committee on the Slave Route Project. © Foto Margo Groenewoud

Siert Wieringa

Siert Wieringa (geboren Coevorden, 1953) is opgeleid als cultureel antropoloog met als hoofdvak Caraïbistiek (Universiteit Utrecht). Daarnaast heeft hij met succes een management consultancy opleiding afgerond op Nyenrode Business Universiteit en de Interuniversity Centre for Organizational Development and Change (SIOO). Hij heeft gewerkt op verschillende managementposities in de internationale ontwikkelingssamenwerking en noodhulp bij o.a. Artsen zonder Grenzen en het (Internationale) Rode Kruis. In 1999 ontving Artsen zonder Grenzen de Nobelprijs voor de Vrede. Als senior consultant was hij voor North Star Alliance actief in West-Afrika. Om ook regelmatig thuis te kunnen zijn heeft hij tussendoor een periode in Nederland gewerkt als consultant bij een adviesbureau op het snijvlak van arbeid en gezondheid. Door zijn kennis van de Caraïben en zijn werkzaamheden in onder meer West-Afrika is hij bijzonder geïnteresseerd geraakt in de geschiedenis van de (Nederlandse) slavenhandel in de 17e en 18e eeuw. Naar die geschiedenis doet hij momenteel archiefonderzoek in Rotterdam. Wieringa is coördinator van een Nationale Helpdesk voor de professionele ondersteuning van bewonersinitiatieven. Hij is voorzitter van een zorgcoöperatie en is actief als bestuurder en toezichthouder. In 2015 heeft hij een boek gepubliceerd over de rol van de gemeenteveldwacht in Drenthe aan de hand van een levensbeschrijving van zijn grootvader Siert Wieringa, veldwachter te Ruinen.

Dit project zal resulteren in drie boeken, die uitkomen in oktober 2020. Hieronder vindt u de voorlopige informatie en werktitels van deze publicaties.

Rotterdam in slavernij

Alex van Stipriaan

Inleiding

1. Rotterdamse slavernijgeschiedenis

  • Afrika, Amerika en Europa rond 1500
  • Ontstaan Europese slavenhandel
  • Rotterdam in het Atlantisch gebied
  • Rotterdam en de slavernij in andere delen van de wereld

Deel 1 De eerste twee eeuwen van Rotterdamse slavernij

2. Rotterdam en de WIC

  • Kamer op de Maze
  • Slavernij en de vroegmoderne Rotterdamse economie
  • Rotterdammers en de WIC

3. Het Caribisch gebied en Rotterdam

  • Handel en geopolitiek
  • Soldaten en bestuurders

4. Slaafgemaakt door Rotterdammers

  • Van Afrika naar het Caribisch gebied met de Rotterdamse Juffrouw Elisabeth
  • Slavenleven

Deel 2 De laatste eeuw van Rotterdamse slavernij

5. Rotterdamse ondernemers in slaafgemaakte mensen en hun producten

  • De handelshuizen Coopstad & Rochussen, F.W. Hudig & Zn. en Hamilton Meijners & Zn.
  • Eén groot relatie-netwerk
  • Werkplaats Rotterdam: ladinglijsten voor Surinaamse plantages

6. Rotterdams verzet tegen de slavernij

  • Slaafgemaakten in verzet op Rotterdamse plantages
  • Rotterdammers spreken zich uit tegen de slavernij (1770-1863)

7. Zwarte Rotterdammers

  • Slaafgemaakten en zwarte bediendes in de stad voor 1863
  • Nazaten van slaafgemaakten in de stad tot 1940
  • Afro-Rotterdammers

Epiloog: ‘Slavernij was toen normaal, men wist niet beter’

Het koloniale verleden van Rotterdam

Gert Oostindie (red.)

Inleiding (Gert Oostindie)

Rotterdam vandaag, nieuwe vragen over een lang koloniaal verleden; motie-Wijntuin en vervolgens dit project. Toelichting over aanpak van het project, uitgangspunten, resultaten (drie boeken en materiaal voor de stad om mee verder te gaan). Vergelijking met initiatieven in en onderzoek naar andere Europese steden: R’dam loopt voorop maar staat niet alleen. Koloniale (inc. slavernij)geschiedenis van R’dam in een notendop. Geografische afbakening. Periodisering NLs kolonialisme en rol R’dam daarin. Omschrijving van wat als ‘koloniaal’ wordt opgevat (ook enige ruimte voor R’damse betrokkenheid bij niet-Nederlandse koloniën). Opzet van de bundel en werkwijze. Bronnen (incl. Stadsarchief). Samenvatting thema’s, benadering en belangrijkste conclusies, in samenhang met verwijzing naar de beide andere publicaties. Disclaimer: dit onderzoeksproject (de drie boeken!) vat samen wat we al wisten en brengt op grond van nieuw onderzoek ook veel nieuws aan het licht, maar het onderzoek is allerminst voltooid – daarvoor is de Rotterdamse (post)koloniale geschiedenis eenvoudig te complex.

Scheepvaart, transport en handel (Gerhard de Kok)

Koloniale handelsbetrekkingen, ca. 1600-ca. 1975. Van de eerste expedities via WIC en VOC (incl. ‘zeehelden’) en particuliere handelshuizen naar de Rotterdamse Lloyd, de Deli Maatschappij en Van Nelle tot de doorgroei naar een wereldhaven in de twintigste eeuw. Welke producten? Kwantitatieve analyse van handel (import, export, transito): welk aandeel had de koloniale handel (incl. slavenhandel) in de totale Rotterdamse en, breder, Nederlandse handel?

De koloniën en de Rotterdamse economie (Gerhard de Kok)

Het belang van de koloniale handel was niet beperkt tot import, export, transitohandel. Ook productie van handelswaren, verwerkingsindustrie van koloniale waren, scheepsbouw, ontwikkeling havens. Financiële sector en resultaten in volgend hoofdstuk; hier analyse van belang voor economische structuur (industriële sectoren) en werkgelegenheid over de periode ca. 1600-ca. 1975. Daartoe behoort ook analyse van Rotterdamse betrokkenheid bij organisatie van productie in de koloniën.

Financien en winstgevendheid (Gerhard de Kok)

Analyse van financiële sector), ca. 1600-ca. 1975. Ontwikkeling  van kredietverlening, investeringen, verzekeringen. Slotsom (mede gebaseerd op de voorgaande twee hoofdstukken): hoe belangrijk was de koloniale sector in de totale Rotterdamse economie, wat was de winstgevendheid, welke periodisering is aan te geven?

Koloniale belangen in de Rotterdamse politiek (Henk den Heijer)

Analyse van de veranderende relatie van R’damse economische elites met koloniale belangen met het stedelijke bestuur, ca. 1600-ca. 1975. Van directe vertegenwoordiging (bv in VOC- en WIC-Kamers) naar indirecte invloed (koloniale lobby). Netwerkanalyse, met aandacht voor concentrische uitbreiding (van de stad via de regio naar landelijk). Hoe zag deze vervlechting eruit, welke gevolgen had deze voor politieke besluitvorming in de stad zelf (bv aangaande stimulering economische sectoren, havenbouw) en voor R’damse opstelling in de nationale politiek? Mede aan de hand van sleutelfiguren, van stadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt tot burgemeester Oud.

De koloniale geschiedenis weerspiegeld in stadsuitbreiding, architectuur en topografie (Pauline van Roosmalen)

Analyse van de invloed van de koloniale geschiedenis op de ruimtelijke en architectonische ontwikkeling van Rotterdam, ca. 1600-heden, met een focus op een nog nader te bepalen groep ondernemingen en opdrachtgevers; de selectie kan mede worden vastgesteld op grond van het onderzoek van Henk den Heijer, Gerhard de Kok en Alex van Stipriaan. Aan de hand van de locaties waar deze zich bedrijfsmatig vestigden (havens, handelshuizen, fabrieken) wordt belicht hoe Rotterdam en de koloniale geschiedenis ook ruimtelijk met elkaar verbonden zijn.  Op basis van het onderzoek dat reeds is gedaan naar dit stedenbouwkundig weefsel  springen enkele ondernemingen en industrieën in het oog. Te denken is aan suikerraffinaderijen, al vanaf 1600, VOC-scheepswerven of, van meer recente datum, de wereldberoemde Van Nellefabriek. Daarnaast kan in kaart worden gebracht waar prominente stedelingen met koloniale connecties woonden. Ook in de voormalige kolonies zijn stedenbouwkundige en architectonische sporen te vinden van de historische band tussen Rotterdam en die kolonies, van het fort Rotterdam in Makassar tot het gebouw van de Deli Maatschappij in Medan (1869). Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een hedendaagse erfenis, de stedenband tussen Rotterdam en Jakarta, die zich niet alleen richt op projecten in de sfeer van havenontwikkeling en landaanwinning, maar ook in de sfeer van restauratie en museale samenwerking.

Ethiek en politiek aan de Nieuwe Maas (Tom van den Berge)

In dit hoofdstuk wordt de focus verlegd naar de geschiedenis van religieuze, humanitaire en wetenschappelijke instellingen in Rotterdam en hun relatie tot de koloniën, met een nadruk op de jaren 1850-1950. Deze instellingen streefden elk op eigen wijze naar ‘ethische’ interventies in de koloniën (incl. abolitionisme) en hadden andersom ook grote invloed op het verspreiden van informatie over de Nederlandse koloniën en op de vorming van de publieke opinie. Zij maakten deel uit van wat in de koloniale geschiedenis de ‘ethische politiek’ ging heten. In deze bijdrage staan zending en missie (het Nederlandsch Zendelinggenootschap/NZG), gezondheidszorg (Ziekenhuis voor Scheeps- en Tropische Ziekten/Havenziekenhuis) en onderwijs (de Nederlandsche Handels-Hoogeschool/NHH) centraal. Daarbij wordt ook besproken in hoeverre deze instituties niet alleen een bijdrage leverden aan koloniale ‘hervorming’, maar ook aan dekolonisatie – te denken is aan de opleiding van Indonesiërs als Mohammad Hatta.

Musea, monumenten: de opbouw en tentoonstelling van koloniale collecties, museaal en particulier (Alexandra van Dongen en Liane van der Linden)

In deze bijdrage wordt allereerst de koloniale geschiedenis van de Rotterdamse musea en collecties onderzocht en in kaart gebracht; dat is een geschiedenis die zich in de negentiende en vooral twintigste eeuw afspeelt. Er zal aandacht worden gegeven aan belangrijke collectioneurs en hun voorkeuren, de relatie tussen particuliere verzamelaars en de betrokken Rotterdamse musea, en de wijze waarop werd gecollectioneerd (inclusief aandacht voor ‘roofkunst’) en geëxposeerd.  Vervolgens wordt ingegaan op de hedendaagse erfenis: hoe worden de koloniale geschiedenis en de voormalige koloniën en hun inwoners gerepresenteerd in deze collecties/musea, en welke reacties roept dit op in het Rotterdam van vandaag? Daarin past ook een reflectie op recente tentoonstellingen gebaseerd op (reacties op) deze collecties.

Migranten uit de koloniën vóór WOII (Paul van de Laar en Wim Manuhutu)

 

Vanaf de vroege koloniale tijd kwamen er mensen uit de koloniën naar Nederland, al dan niet uit vrije wil. Over deze koloniale migraties en hun betekenis in Nederland en voor de koloniën/landen van herkomst zijn al een aantal studies beschikbaar; over de specifieke plaats van Rotterdam is nog weinig onderzoek verricht. In dit hoofdstuk worden de grote lijnen van deze geschiedenis voor zover mogelijk in kaart gebracht (aantallen, vestiging, beroepen, sociaaleconomische en culturele impact, politieke en maatschappelijke reacties). Ook worden enkele bijzondere personen nader belicht, zoals de NHH-student Mohammed Hatta, die in 1945 met Sukarno de onafhankelijkheid van Indonesië zou uitroepen.

Migranten uit de koloniën vanaf WOII

Dit hoofdstuk trekt de lijn verder door, waarbij de nadruk juist op de relatie met de dekolonisatie ligt. De eerste fase is die van bezetting, verzet tegen de nazi’s en vervolgens de strijd om de onafhankelijkheid van Indonesië:  welke rol speelde de kleine Indonesische gemeenschap in Rotterdam hierin, en hoe reageerden Rotterdammers op de proclamatie van 17 augustus 1945 en op de oproep aan Rotterdamse jongeren voor de oorlog in Indonesië? De tweede fase wordt ingeluid door de postkoloniale Nederlands-Indische en Molukse migraties. De derde fase vindt plaats rond de onafhankelijkheid van Suriname, in 1975. De vierde en laatste fase is er een waarin niet alleen veel Antillianen zich vestigen, maar waarin Rotterdam ook in bredere zin een multiculturele stad wordt. Voor elk van deze fasen wordt deze geschiedenis weer breed onderzocht en beschreven (aantallen, vestiging, beroepen, sociaaleconomische en culturele impact, politieke en maatschappelijke reacties).

Postkoloniaal Rotterdam (Francio Guadeloupe, Paul van de Laar, en Liane van der Linden)

Dit hoofdstuk is de samenvatting van een breder onderzoek van de drie auteurs, dat ook tot een aparte publicatie zal leiden. De centrale vraag van dit onderzoek is hoe de koloniale geschiedenis, met inbegrip van de postkoloniale geschiedenis resoneert in het hedendaagse Rotterdam. Daarbij zal in het bijzonder aandacht worden  besteed aan lopende debatten over het kolonialisme en de erfenissen ervan en over de vaak sterk uiteenlopende ideeën die in de stad leven over de waardering hiervan. Wellicht ook de vraag wat ‘(post)koloniaal’  inmiddels betekent in de stad; denk bv ook aan de Kaapverdische migranten. Mede op basis van diverse vormen van consultatie van geïnteresseerde Rotterdammers wordt gereflecteerd op mogelijke maatschappelijke en educatieve vertaling van de huidige kennis van de Rotterdamse koloniale geschiedenis naar het onderwijs, museale en culturele instellingen.

Postkoloniaal Rotterdam

Francio Guadeloupe, Paul van de Laar en Liane van der Linden (red.)

De centrale vraag van dit boek is hoe de koloniale geschiedenis, met inbegrip van de postkoloniale geschiedenis resoneert in het hedendaagse Rotterdam. Daarbij zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan lopende debatten over het kolonialisme en de erfenissen ervan en over de vaak sterk uiteenlopende ideeën die in de stad leven over de waardering hiervan. Wellicht ook de vraag wat ‘(post)koloniaal’ inmiddels betekent in de stad; denk bv ook aan de Kaapverdische migranten. Mede op basis van diverse vormen van consultatie van geïnteresseerde Rotterdammers wordt gereflecteerd op mogelijke maatschappelijke en educatieve vertaling van de huidige kennis van de Rotterdamse koloniale geschiedenis naar het onderwijs, museale en culturele instellingen.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een team van onderzoekers van het KITLV en andere, voornamelijk Rotterdamse onderzoekers. Voor de wetenschappelijke en maatschappelijke begeleiding van het onderzoek is een begeleidingscommissie samengesteld onder voorzitterschap van burgemeester Ahmed Aboutaleb.

Wilt u meer weten over het project? Neemt u dan contact op met Rosa de Jong: ln.vl1550401370tik@g1550401370nojed1550401370.